Kalkoenen – wanneer gebruik je ze en welke kies je?

Kalkoenen, stiften of proppen – daarmee bedoelen we allemaal dezelfde dingen: een soort noppen voor onder de ijzers van je paard waarmee je hem meer grip kunt geven. De ijzers van je paard moeten wel speciale kalkoengaten/schroefgaten hebben – de smid kan deze voor je regelen.

Wanneer gebruik je ze?

Wanneer je op gras moet rijden – bijvoorbeeld voor een wedstrijd of misschien wel en crossles – is het vaak aan te raden om stiften in te draaien.

Wanneer je geen ijzers hebt is het op gras vaak prima te doen (mits het niet te nat is uiteraard) maar wanneer er wel ijzers onder zitten heb je sneller kans op uitglijden. Dan is het verstandig om te zorgen voor kalkoenen.

Welke soorten zijn er?

Er zijn stiften met een punt, maar ook juist vierkant. Langer en korter. Het is nergens verplicht om kalkoenen van bepaalde lengtes of vormen te gebruiken dus je bent er volledig vrij in. Best lastig als je dat zo voor het eerst eens moet beslissen. Er zijn setjes met verschillende soorten stiften bij elkaar waar vaak ook het gereedschap bij zit om ze te kunnen draaien.

  • Vierkante/stompe stiften: Dit soort stiften kun je vooral gebruiken voor aan de binnenkanten van de ijzers – hiermee kan je paard zich niet zo snel beschadigen in zijn kroonrand. Deze stiften zijn vaak prettig op een natte modderige bodem.
  • Puntige stiften: Deze stiften zijn vooral nuttig voor een harde en droge ondergrond: vierkante stiften komen daar minder makkelijk in. Maar let op: doe deze niet aan de binnenkant van de hoeven (hij kan in zijn kroonrand prikken) of aan de voorkant (hij kan in zijn buik prikken).
  • Lange stiften: Langere stiften (1,5-2,5cm) die kun je het beste gebruiken als de bodem echt heel nat en modderig is. Houd er wel rekening mee dat als je paard niet gewend is te lopen met langere kalkoenen ze sneller kunnen struikelen. Begin hier dus niet als eerste keer mee.
  • Korte stiften: Deze zijn tot ongeveer 1,2 cm en zijn vaak fijne stiften om eens mee te beginnen als je paard het nog niet eerder ervaren heeft. Daarnaast ook handig om kortere stiften in te draaien wanneer de bodem hard en droog is.
  • Zelfreinigende stiften: Je hebt alle stiften tegenwoordig ook in een soort zelfreinigende versie – die hebben een extra gleufje waardoor je het vuil er gemakkelijker uit moet kunnen draaien en ze dus veel sneller zitten. Je moet ze natuurlijk wel iets schoonmaken voor je ze er in draait maar je hoeft het minder secuur te doen dan met gewone stoften.

Handig tips bij het gebruiken van kalkoenen

Als je voor het eerst kalkoenen wilt gebruiken kun je het beste beginnen met korte vierkante/stompe kalkoenen. Als je paard daar een beetje aan gewend is kun je ook eens andere proberen afhankelijk van de bodem.

  1. Gebruik puntige stiften niet aan de binnenkant van de ijzers, en liever ook niet aan de voorkant. Ze kunnen in hun been of onder hun buik prikken met die dingen.
  2. Gebruik voor elk ijzer 2 kalkoenen.
  3. Vervoer je paard niet met stiften al in – en vermijd ook het stappen op harde ondergrond.
  4. Maak thuis de propgaten alvast schoon: je kunt er voor het vervoeren even een watje in stoppen of gebruik een speciaal dopje – al zijn die vaak lastiger eruit te krijgen dan watjes.
  5. Je kunt achter het beste iets grotere stiften gebruiken dan voor.
  6. Gebruik beenbescherming (zoals een springschoen) om te voorkomen dat ze zichzelf beschadigen met de kalkoenen.
  7. Doe bij voorkeur in elk ijzer 2 dezelfde stiften: als je paard dan toch een stukje over verhard moet lopen dan loopt ie niet zo raar scheef.
  8. Schaf een magnetisch schaaltje aan zodat je ze niet zo snel kwijt raakt als je ze aan het in doen bent.
  9. Om je kalkoengaten schoon te maken kun je een hoeftap gebruiken of een kalkoengatreiniger.

Category: Paard
Volgend bericht
Je paard beter begrijpen
Vorig bericht
Een deken: wanneer doe je welke op en waar let je op?
Menu